Home

 
U bent hier : Home > Toerisme > Algemeen

 

  Onze gemeente

  Digitaal Loket

  Bestuur

  Gemeentediensten

  Cultuurcentrum

  Sport

  Jeugd

  Toerisme
  dot Algemeen
  dot Landschappelijk
  dot Kunsthistorie
  dot Musea
  dot Wandelingen

  dot Fietstochten
  dot Autoroutes
  dot Boottochten
  dot Strips
  dot Carnaval

  dot Specialiteiten
  dot Gastronomie

  dot Verblijf

  Onderwijs

  Parochies

  OCMW

  Bouwmaatschappij

  Veiligheid - Verkeer

  Werk & Ondernemen

  Openbare diensten

  Bibliotheek

  Links

  Hulp-Wachtdiensten


 
Algemeen

 

De oude dorpskom van de deelgemeente Temse heeft een historische, artistieke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde (in het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren is de oude kern van Temse aangeduid als woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde).

 

Decanale O.L.Vrouwekerk, Markt, Temse
Inhoudstafel

 

Foto buitenzicht Decanale O.L.Vrouwekerk

Voornamelijk gotische en neogotische kerk met barokke toren.

Het oostelijk gedeelte, tot en met de kruisbeuken, werd bij Koninklijk Besluit van 28/12/1936 beschermd; het koor, de zuidelijke zijkapel, de gevels van de kruisbeuk en de toren bij Koninklijk Besluit van 28/12/1974; bij Besluit van de Vlaamse Executieve van 3/2/1983 werd de kerk in haar geheel beschermd.

Het gotisch gedeelte is gegroeid rond een Romaanse kerk, waarvan het ontstaan teruggaat tot de 11de eeuw (vermoedelijk nog vroeger). Opgravingen in maart 1979 brachten de halfronde Romaanse absis aan het licht. De zuidelijke dubbele kruiskerk bevat nog één opgevulde Romaanse rondboognis met afbraakmateriaal van de oorspronkelijke, vermoedelijk karolingische kerk. Volgens de overlevering zou deze door de H. Amelberga, beschermheilige van Temse, in de 8ste eeuw opgericht zijn. In de loop der eeuwen vonden verscheidene verbouwingen en uitbreidingen plaats. Zo werd in 1591 de oostgevel van de linkerkruisbeuk doorgekapt om het O.L.Vrouwkoor te bouwen; op dezelfde wijze werd in 1842 het Amelbergakoor opgetrokken. De barokke toren werd in 1721 gebouwd naar de plannen van Adrianus Nijs; bouwingenieur en toezichter was Antoon Wauters. De westgevel en de hele benedenkerk werden in 1886-1888 opgetrokken naar ontwerpen van architect Pieter Van Kerckhove.

Tussen 1978 en 1994 vonden restauratiewerken plaats, zowel aan de buitenzijde als binnenin. De O.L.V.-kerk werd voor haar binnenrestauratie onderscheiden op 29 september 1989 door het Verbond van de Kringen voor Heemkunde van Oost-Vlaanderen.

De kerk omvat talrijke kunstschatten en merkwaardigheden. Het praalgraf van ridder Roeland Lefèvre (heer en weldoener van Temse) dagtekent van 1517. De grafsteen van de H. Amelberga, met koper ingelegd, is van 1872. Naast de klassieke merkwaardigheden, eigen aan oudere kerken, dienen vooral de schilderijen en het zilver- en beeldhouwwerk speciaal vermeld.

De kerk bevat schilderijen van Rubens'leerling Cornelis Schut (1597-1655), Jean-Baptist de Saive (1571-1624), Egidius Smeyers (1634-1710), Jan Jozef De Loose (1769-1849), Tony Van Os (1886-1945) en andere (vaak niet-geïdentificeerde) meesters.

Het beeldhouw- en zilverwerk is voornamelijk vervaardigd door leden van de beroemde kunstenaarsfamilie Nijs. Met Laurent Delvaux (1696-1770) en Theodoor Verhaegen (1701-1759) vormen Adrianus en Philippus Nijs de voornaamste vertegenwoordigers van de rococo in ons land. Adrianus Nijs (Antwerpen, 6/6/1683 - Temse, 21/4/1771), leerling van de Antwerpse meester-beeldhouwer Andries Van den Base, schiep o.m. de preekstoel, een deel van het koorgestoelte, het middengedeelte van de communiebank en twee biechtstoelen. Zijn zoon Philippus (Temse, 27/5/1724-23/3/1805), schepen, stichter van Temses Academie (1776), drager van de titel koninklijk beeldhouwer, vervaardigde o.m. een deel van de communiebank (O.L.Vrouwkoor) en ontwierp een deel van het koorgestoelte. Naast Adrianus en Philippus Nijs dienen voor het beeldhouw- en schrijnwerk ook Jozef Tuerlinckx, Josse de la Motte en de gebroeders Judocus en Egidius De Cauwer vermeld.

Het zilversmeedwerk is voornamelijk van de hand van Joannes Franciscus Nijs (Temse, 8/5/1709-20/10/1778), oudere broer van Philippus. Ook van Joannes Franciscus'zoon Egidius (Temse, 28/5/1755-4/7/1842) is zilversmeedwerk aanwezig.

Bezoek is mogelijk op aanvraag. Contactadres: Toeristisch Info-kantoor

 

Gemeentehuis, Markt, Temse
Inhoudstafel

 

Dit monumentaal bouwwerk, in eclecticistische stijl (= vermenging van stijlen) ontworpen door gemeente-architect Karel Nissens, werd voltooid in 1905 en in gebruik genomen in 1906. Het bevat voornamelijk niet-traditionele en neobarokke elementen.

Op ongeveer dezelfde plaats bevond zich het vorige gemeentehuis, dat rond de eeuwwisseling werd gesloopt.

Het prachtige belfort, 31 m hoog tot de bovenkant van de windwijzer, een typisch voorbeeld in dit genre, bezit een beiaard met volautomatisch galmbordensysteem (het eerste in België). De beiaard werd in werking gesteld in 1976.

Het gemeentehuis van Temse prijkt op de frontpagina van de Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, XVI-XVII: De gemeentehuizen van Oost-Vlaanderen.

 

Memoriaal van de Oorlogsslachtoffers, Markt, Temse
Inhoudstafel

 

Ter nagedachtenis van de oorlogsslachtoffers 1914-1918 vervaardigde beeldhouwer Karel Aubroeck in opdracht van het gemeentebestuur een gedenksteen (met de namen van de slachtoffers), die werd aangebracht in de hal van het gemeentehuis (eerste verdieping). Hij werd ingehuldigd op 11/11/1923. Temses bekendste slachtoffers uit WereldoorlogI waren de gebroeders Edward en Frans Van Raemdonck (gesneuveld op 26/3/1917), die als symbolen van de Vlaamse strijd aan de IJzer en als toonbeelden van broederliefde ruime bekendheid verwierven. In de jaren 1981-1984 schonk Clemens De Landtsheer (1894-1984), eresecretaris van het IJzerbedevaartcomité en volle neef van de broers, het hele Van Raemdonckarchief aan Temse.

Na Wereldoorlog II werd een steen toegevoegd, die de namen bevatte van de oorlogsslachtoffers 1940-1945.

Op verzoek van de oud-strijdersverenigingen werden de gedenkstenen in 1965 overgebracht naar de nis onder de pui van het gemeentehuis, waar vroeger de waag was ondergebracht, de plaats waar tijdens de vrijdagmarkt goederen werden gewogen. Daardoor kunnen de gedenkstenen bestendig bezichtigd worden. De inhuldiging vond plaats op 11/11/1965. Sindsdien wordt de jaarlijkse 11 november-plechtigheid aan dit memoriaal gehouden.

 

Gemeentemuseum, Kasteelstraat 16, Temse
Inhoudstafel

 

Foto binnen in gemeentemuseum

Het Gemeentemuseum, eigendom van het gemeentebestuur, werd in 1942 gesticht door de toenmalige schepen van onderwijs, Jean Boeykens (1901-1987). Het huidige museumgebouw werd officieel geopend op 18/11/1983. De gevel werd eind 1997 gerenoveerd. Het Gemeentemuseum heeft een drieledige functie.

  • een socio-cultureel archief en een plaatselijk en historisch gebonden bibliotheek;
  • de aanschouwelijke voorstelling van Temse aan de Schelde, met ruime plaats voor schip en scheepsbouw, archeologische vondsten, de H. Amelberga (patrones van Temse), (vaste tentoonstelling, tweede verdieping);
  • een ruimte voor wisselende tentoonstellingen (eerste verdieping), die bestendig voor nieuwe interessepunten zorgen.

Openingsuren: zaterdag 14 - 18 uur, zondag 10 - 12 uur en 14 - 18 uur.
Andere bezoekdagen en -uren en/of een geleide rondgang zijn mogelijk op afspraak.

Het Gemeentemuseum publiceert een Jaarboek. De Jaarboeken bevatten enerzijds één of meer historische studies over (Groot-)Temse, anderzijds een overzicht van de voornaamste gebeurtenissen en manifestaties van het voorbije jaar.

Contactadres: Zie Musea

 

Museum Heraldiek Benelux, Kasteelstraat 74, Temse
Inhoudstafel

 

Foto binnen in museum Heraldiek

Het Museum Heraldiek Benelux, opgericht in 1982 (oorspronkelijk vzw, sinds december 1985 eigendom van het gemeentebestuur), is het enige museum ter wereld dat uitsluitend is gewijd aan wapenschilden, vlaggen en eretekens. De collectie is het levenswerk van stichter Jean Boeykens (1901-1987). Het museum is gevestigd in een ruime zaal van het gemeentelijk gebouwencomplex Dacca (eerste verdieping).

Openingsuren: zaterdag 14 - 18 uur, zondag 10 - 12 uur en 14 - 18 uur. Andere bezoekdagen en -uren en/of een geleide rondgang zijn mogelijk op afspraak.

Een uitgebreide begeleidende brochure (NL- en F-talig) (1,24 EUR) is ter plaatse verkrijgbaar.

Contactadres: Zie Musea.

 

Schelde
Inhoudstafel

 

De huidige loop van de Schelde in de buurt van Temse werd vermoedelijk slechts kort vóór 1240 gevormd n.a.l.v. het natuurverschijnsel de 3de Duinkerkse trangressie. Vóór deze datum was de zgn. Oude Schelde de voornaamste stroom, maar door het dichtslibben van de verbinding met de huidige Schelde verloor zij tussen 1240 en 1318 haar functie als verkeersader. In 1322 werd de Oude Schelde definitief afgedamd; het restant treft men nog aan in Weert te Bornem (Weert maakte tot 1783 deel uit van Temse).

De Schelde is steeds van groot belang geweest voor Temse. Naast zijn economische betekenis - in de 20ste eeuw het nadrukkelijkst geïllustreerd door de aanwezigheid van de Boelwerf - is de Schelde ook bepalend geweest voor het toerisme, met de Wilfordboten (1857-1938) als opvallendste getuigen.

Overstromingen (1906, 1930, 1953, 1973, 1998) veroorzaakten herhaaldelijk schade aan gebouwen op en rond de Wilfordkaai. Aan de gevel van de woning Wilfordkaai 8 bevindt zich een arduinsteen, waarin de hoogten van de overstromingen van 1906 en 1953 zijn aangeduid (respectievelijk 1,35 m en 1,52 m). Bepaalde huizen aan de kaai zijn langs de buitenzijde van de deuren en/of ramen voorzien van richels, waarin bij gevaar voor overstroming de zogenaamde overstromingsschoven werden geplaatst. Versterkt door zandzakjes, boden zij een primitieve oplossing voor de wateroverlast. Sinds 1998 bleef Temse van overstromingen via de Schelde gevrijwaard (zie verder Wilfordkaai)

In Temse bedraagt de gemiddelde tijamplitude bij dodetij 4,52 m en bij springtij 5,87 m. Deze tijamplitude kan afhankelijk van de windrichting en de kracht van de wind gevoelig verhogen of verlagen. De schorren of de uiterwaarden slibben in de Scheldevallei echter door de verzanding steeds meer op.

 

Boottoerisme
Inhoudstafel

 

Temse kent een bloeiend boottoerisme sinds de ingebruikname van de nieuwe aanlegsteiger (1987). Sinds 1993 worden jaarlijks 20 tot 23.000 boottoeristen per jaar genoteerd. De aanlegsteiger is ook toegankelijk voor rolstoelgebruikers en voorzien van verlichting..

Nadere info: Toeristisch Info-kantoor of zie boottochten

 

Wilfordkaai
Inhoudstafel

 

Foto panoramisch zicht Temse

 

De Wilfordkaai vormt het toeristisch centrum van Temse. Gelegen aan de Schelde en eindigend aan de Scheldebrug, omvat zij verscheidene horecabedrijven (specialiteit: paling, in het bijzonder paling in ‘t groen), het geboortehuis-museum van Priester Poppe, de beeldengroepen De kaailopers en De tuysscher en de azijnzeker, een zonnewijzer, De Watermolen (beschermd als monument) met bas-reliëf, De Kaailopers, de aanlegsteiger en het boottoerisme, de verhoogde wandelstructuur met terrassen, rustbanken en groenvoorziening, een groenparkje met het borstbeeld van Arthur Wilford, het hedendaagse kunstwerk in neonverlichting van Mario Merz aan de gevel van de Molens van Temse en de havenactiviteit. Bovendien paalt zij aan de (gerenoveerde) Markt met O.L.Vrouwekerk, het monument van Pr. Poppe, het gemeentehuis en de Kasteelstraat waar het Gemeentemuseum en het Museum Heraldiek Benelux gehuisvestigd is, aansluitend het Vlietpark en - verderop - het Scheldepark met zwembad en het atelier van Karel Aubroeck. Sinds haar herwaardering als toeristisch epicentrum, vanaf de tweede helft van de jaren '80, vormt de Wilfordkaai ook de plaats van het gebeuren van grotere manifestaties (o.a. Kaaifeesten, Temse in de wolken).

De kaai heeft steeds een belangrijke rol gespeeld in het gemeentelijk leven als centrum van handel en nijverheid. Zoals blijkt uit het boek Omwandeling ten jare 1645 in de Parochie Temsche van Theo De Decker, was de kaai toen al de plaats der meeste bedrijvigheid, de plaats van den handel.

Vanaf de bouw van de eerste Scheldebrug (1870) werd gedacht aan de aanleg van een nieuwe, volwaardige kaai. Na herhaalde beperkte aanpassingen werden in opdracht van de Staat grondige verbouwingswerken uitgevoerd van 1908 tot 1913. In tegenstelling tot wat oorspronkelijk was voorzien, weigerde het gemeentebestuur van Temse de kaai over te nemen. Zelfs weigerde het zijn geldelijke bijdrage te vereffenen, omdat de uitgevoerde werken niet voldeden: de kaaimuur neigde steeds meer naar de kant van de Schelde. Om verzakkingen tegen te gaan dienden van 1919 af herhaaldelijk herstellingswerken uitgevoerd. De steeds terugkerende wateroverlast en vooral de overstromingen van 1930 en 1953 gaven verzakkingen tot gevolg. Op 8/5/1970 stortte de kaaimuur in over een lengte van meer dan 100 m. Op 9/4/1973 werden ingrijpende herstellingswerken aangevat. De overstroming van 14/12/1973 berokkende extra moeilijkheden. De kaaiwerken werden beëindigd op 14/4/1976. Eerder dat jaar, op 3/1, had een springvloed aanzienlijke overstromingen veroorzaakt, o.a. in Ruisbroek. De verhoging van de kaaimuur voorkwam nieuw onheil. Dankzij de herstellingswerken en de aanleg van een collectorennet is Temse sinds 1973 van overstromingen via de Schelde gespaard gebleven.

De havenuitbating die modern uitgerust is dateert van 1921 met de vestiging op de kaai van een bijhuis van de N.V. Comptoir-Charbonnier Maritime et Commercial, waarvan de hoofdzetel in Brussel was gevestigd. In 1926 fusioneerden de bijhuizen van deze vennootschap met de Etablissements G. Van Emmerik. Frans Van Riet, in 1923 directeur geworden van voormelde comptoir, werd ook directeur van het fusiebedrijf. In 1945 richtte hij naast de Etablissements G. Van Emmerik ook de handelsmaatschappij De Schelde op. In 1965 vormde zijn zoon Désiré beide zaken om tot de Etablissementen Désiré Van Riet (1967). In 1980 werd dit bedrijf overgenomen door de groep Belgomine, die de volgende bedrijven groepeert: N.V. Belgomine, N.V. Etn. Désiré Van Riet, N.V. Transport Lambin, N.V. Belgotrans en N.V. Isoall.

Onverbrekelijk verbonden met de kaai en de havenactiviteiten waren de veelbesproken scheepslossers en -laders van vóór Wereldoorlog II, plaatselijk kaailopers genoemd, een term die ook werd gebruikt voor mannen die veel tijd op de kaai doorbrachten. De Schele Wringer, de Mekker, de Kazze, de Roste Rooman, de Marijn, de Kaai Poeck, den Bek Poeck, den John, Jan en Fons Vlaeminck, de Roste Sieper, de Rooie Jef, maar bovenal den Bruine (in de volksmond ten onrechte den Bruine Peer genoemd - Peer was zijn broer) zullen als legendarische volksfiguren in de herinnering voortleven. In 1991 werd ter ere van hen en ter verfraaiing van de Wilfordkaai de beeldengroep De kaailopers opgericht (zie verder beeldengroep De kaailopers).

De Wilfordkaai ontleent haar naam aan de familie Wilford (19de en 20ste eeuw). De naamgeving beoogt de nagedachtenis en de verdienste levendig te houden van deze vooraanstaande familie, die gedurende een eeuw een belangrijke rol speelde in Temse (cf. o.a. Wilfordboten en zeildoekweverij).

 

Geboortehuis en museum Priester Poppe, Priester Poppestraat 35, Temse
Inhoudstafel

 

Foto slaapkamer en altaar museum geboortehuis Priester Poppe

Foto living museum geboortehuis Priester Poppe

Priester Poppe (Temse, 18/12/1890 - Moerzeke, 10/6/1924) groeide op in het idealisme van de studentenbeweging van Rodenbach. In Temse was hij vier jaar lang - tot aan zijn priesterwijding in 1916 - hoofdman van de studentenbond Temsche Voorwaarts. Hij was achtereenvolgens onderpastoor op de Sint-Coletaparochie in Gent (tot 1918), directeur van de Zusters van Sint-Vincentius à Paulo in Moerzeke en vanaf 1922 tot aan zijn dood geestelijk begeleider in Leopoldsburg van alle geestelijken en religieuzen die er hun legerdienst deden (Cibisten).

Als begenadigd godsdienstpedagoog wist hij de eucharistische stroming binnen de Kerk te voorzien van een opvoedkundige methode, die tussen de twee wereldoorlogen een merkwaardige katholieke heropleving in Vlaanderen op gang bracht, die talloze jonge priesters en geëngageerde leken binnen de bloeiende Katholieke Actie inspireerde. Als bezieler van de opkomende Eucharistische Kruistocht heeft Priester Poppe bovendien een hele generatie kinderen gevormd, voor wie hij het gebedenboekje Bij de Kindervriend (vertaald in 16 talen) schreef. Hij mag terecht de vader van de catechetische pastoraal van Vlaanderen worden genoemd en zijn geestelijke invloed strekte zich door de vertaling van zijn geschriften (in meer dan 20 talen) tot ver over de eigen landgrenzen heen. Het proces tot zaligverklaring werd in 1966 bij de Congregatie der Riten in Rome ingeleid. Omwille van zijn heldhaftige beoefening van de deugden werd hij op 30 juni 1986 door de Kerk eerbiedwaardig verklaard. Vooraleer de Kerk overgaat tot zaligverklaring, is de erkenning van ten minste één medisch niet-verklaarbare genezing vereist, voor een heiligverklaring twee. Op 6 november 1997 kende de bevoegde Raad van Geneesheren in Rome een medisch niet-verklaarbare genezing toe aan de voorspraak van Priester Poppe. Op 3 juli 1998 ondertekende Johannes Paulus II het decreet van Poppes zaligverklaring en sprak deze uit op 3 oktober 1999 te Rome..

Zijn geboortehuis, eigendom van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw, werd gerenoveerd en ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van zijn geboorte op 18 december 1990 ingewijd door Mgr. L. Van Peteghem, bisschop van Gent.

Het Priester Poppemuseum, ingericht met authentieke huisraad van de familie Poppe en persoonlijke bezittingen van Pr. Edward Poppe, werd voor het publiek opengesteld vanaf 1 juni 1991.

De gedenksteen boven het venster en het Mariabeeld, vervaardigd door Jozef Jacobs, gebaseerd op een beeld van de hand van E.H. August Nobels, werden in 1934 (10 jaar na zijn overlijden) aangebracht t.g.v. de Poppefeesten in Temse.

Het museum is toegankelijk op zaterdag en zondag, telkens van 14 tot 16 uur. Het is gesloten van november tot en met maart.

 

De Watermolen, Wilfordkaai 23, Temse
Inhoudstafel

 

Dit cultuurhistorische gebouw, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 16de eeuw, dateert grotendeels uit 1787. In het gebouw was een drietal eeuwen een watermolen gevestigd, die in beweging werd gehouden door de Vliet. Overwelvings- en kanaliseringswerken aan deze waterloop leidden eind van de 19de eeuw tot verzanding, waardoor het draaien van De Watermolen bemoeilijkt en uiteindelijk onmogelijk gemaakt werd. De 2 oorspronkelijke raden die zich aan de rechterzijgevel bevonden, verdwenen vóór de eeuwwisseling. In het begin van de 20ste eeuw kreeg het gebouw de bestemming van café-restaurant. Het groeide uit tot een druk bezochte pleisterplaats voor dagtoeristen, die vooral met plezierboten Temse bereikten. In de jaren '60 behoorde de kok-zaakvoerder van De Watermolen tot de Orde der 33 Meester-Koks van België. De overstroming van 14/12/1973 richtte grote schade aan. De Watermolen zou zijn glans niet meer herwinnen. In 1979 viel de uitbating stil. In 1980 kocht het gemeentebestuur het gebouw aan, met de bedoeling het te laten uitgroeien tot het toeristisch centrum van Temse en de Wase Scheldekant. De Watermolen werd op 23/7/1989 bij Besluit van de Vlaamse Executieve beschermd als monument.

Volgende ruimten in De Watermolen zijn sinds 1989 in gebruik: bureauruimte, polyvalente zaal

Doordat het restauratiedossier geen goedkeuring verwierf, werd in de gemeenteraad van 24/10/1994 beslist tot de verkoop van het niet-gebruikte gedeelte. Dat werd in september 1995 aan de privé-sector verkocht en in 1998 gerestaureerd. In december 1998 opende het gebouw zijn deuren als eet- en praatcafé en restaurant.

 

Scheldebrug, Temse
Inhoudstafel

 

Foto panoramisch avondzicht Temse

De Scheldebrug verbindt Temse en het Land van Waas (provincie Oost-Vlaanderen) met Bornem en Klein-Brabant (provincie Antwerpen). De eerste brug, ontworpen door Eifel en voltooid in 1870, werd gebouwd om de spoorwegverbinding Mechelen-Terneuzen mogelijk te maken. Tot stand gekomen in een tijd toen wagens en fietsen nog niet bestonden, was zij enkel toegankelijk voor spoorwegverkeer en voetgangers. Met een lengte van 343 m was zij destijds de langste brug van België. Tijdens Wereldoorlog I had zij schade opgelopen maar werd hersteld. In 1940 werd de brug om strategische redenen door Franse en Belgische genietroepen opgeblazen. De bouw van de nieuwe brug was één der projecten die nationaal voorrang kregen bij de naoorlogse wederopbouw. Bij de opstelling van de plannen vormde het al of niet voorzien van een tweede rijstrook een punt van discussie, evenals de bouw van een tweede brug ter hoogte van de Boelwerf. Uiteindelijk werd - onder druk van Temse - beslist enkel de vernietigde brug te herbouwen, met een dubbele rijstrook; daardoor werd gelijktijdig verkeer in beide richtingen mogelijk, een beslissing met een enorme draagwijdte.

De eerste paalslaging vond plaats op 2/6/1949. Op 19/12/1955 werd de brug plechtig ingehuldigd door Koning Boudewijn en ingewijd door Mgr. Karel Calewaert, bisschop van Gent.

Met haar 365 m is zij de langste brug van België. Zij omvat een spoor- en rijweg, met aan beide zijden een voet- en fietspad. De Scheldebrug heeft een ophaalbaar gedeelte, waarlangs schepen met een hoge opbouw Temse kunnen bereiken en verlaten.

In april 1994 werd het beweegbaar gedeelte vervangen door een nieuwe rolbasculebrug; de plechtige heropening van de brug vond plaats op 29 april 1994.

Vooraan de brug (aan Temses zijde) bevinden zich twee monumentale beelden van Karel Aubroeck: De Schelde en De Golven, beide geplaatst door het Ministerie van Openbare Werken in resp. 1958 en 1964.

 

Scheldepark, Kasteelstraat, Temse
Inhoudstafel

 

Het Scheldepark is het restant van het destijds zeer omvangrijke park rond het kasteel van Janssens de Varebeke. Het oorspronkelijke park werd ten dele onteigend in het kader van de bouw van de nieuwe Scheldebrug. Het restant werd door de Staat aan Temse overgedragen (1958), op voorwaarde dat het een publiek karakter kreeg. Grootte: ± 4 ha.

Het boombestand is zeer verscheiden: eik, beuk, kastanje, olm, plataan, linde, acacia, esdoorn, Spaanse aak. In het Scheldepark bevinden zich waardevolle, eeuwenoude beuken en eiken van het bostype met een omtrek tot 4,5 m. Naast parkvogels als pauwen, parelhoenders, zilverfazanten, goudfazanten, hebben er ook heel wat watervogels hun verblijf: knobbelzwanen, bergeenden, Afrikaanse geelbek, krooneenden, pijlstaarteenden, Barbarijse eenden, In het park treffen we ook voorjaarsbloeiers aan, zoals bosanemoon, gevlekte aronskelk en muskuskruid; er komen heel wat zangvogels voor, o.a. de boomklever en boomkruiper. In de herfst kent het park een rijke variëteit aan paddenstoelen.

Het park bevat een leeuw in kunststeen van de hand van Frans Van Havermaet.

In het Scheldepark bevindt zich het Scheldebad

Sinds 1998 vinden er Parkfeesten plaats.

Het Scheldepark is vrij toegankelijk.

 

Dijktraject Temse-Steendorp
Inhoudstafel

 

In 1992 werd het dijktraject Temse-Steendorp geasfalteerd en nadien voorzien van rustbanken. Het vormt een ideaal traject voor wandelaars, fietsers en joggers. Jaarlijks in mei organiseren Toerisme Temse en het gemeentebestuur er een joggingwedstrijd.

 

Atelier Valeer Peirsman, Akkerstraat 27, Temse
Inhoudstafel

 

Figuratieve beeldhouwer Valeer Peirsman (° Tielrode, 20/04/1932) is o.m. de schepper van de monumenten De kaailopers en De tuysscher en de azijnzeker op de Wilfordkaai, de beelden Lezende jeugd en Jommeke aan de bibliotheek, het moeder en kind-beeldhouwwerk Mariadal in de gelijknamige bejaardenwijk en het H. Amelbergabeeld boven de toegang tot de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Zijn atelier is vrij toegankelijk voor beperkte groepen na telefonische afspraak, tel. 03 771 14 16.

 

Schouselbroek, Scouselestraat, Temse
Inhoudstafel

 

Dit 145 ha grote poldergebied vormt een belangrijke biotoop dankzij de afwisseling op een beperkte oppervlakte van akkers, weiden, wissencultuur, bos en wielen (= grote plassen ontstaan door dijkdoorbraken)

Men vindt er ca. 250 soorten planten, o.a. gevlekte orchis en keverorchis (beschermde planten). Ook groeien er daslook, vogelmelk en ruig klokje. Dit landschap is eveneens belangrijk voor zijn talrijke slakkensoorten en vele kleine zangvogels.

De zandplaat van het Schouselbroek, Ballooy genaamd, is een ideaal trefpunt voor watervogels (steltlopers).

Contactadres voor geleide wandelingen: C.V.N. Waasland, p.a. Oostbergdreef 14, 9140 Temse, tel. 03 771 18 97, Fax 03-711 30 48 en millieuwerkgroep Ons Streven vzw, Tielrode, tel. 03 711 04 43; vergoeding: 24,79 EUR Voor data van geleide natuurwandelingen: raadpleeg de Cultuur- en Sportkalender en het Gemeentelijk Informatieblad.

 

Veerdienst Tielrode - Hamme (Bunt)
Inhoudstafel

 

Foto veerdienst Tielrode met veerman Alin Poort

Overvaart op het uur en op het halfuur:

  • van oktober tot april: van 8 uur tot 18 uur
  • van april tot oktober: van 8 uur tot 20 uur

Bij overvaart in groep dient de veerman vooraf verwittigd.

Veerman: Alin Poort, Sint-Jozefstraat 30, Tielrode, tel. 03 771 52 27

De overtocht is gratis. Jaarlijks maken meer dan 30 000 mensen gebruik van de veerdienst.

 

Heemkundig Museum Braem, Dorpstraat 56, Elversele
Inhoudstafel

 

De Heemkundige Kring Braem werd opgericht in 1968 en ontleende zijn naam aan ridder Godevaert Braem, hoofdbaljuw van het Waasland, in 1452 onthoofd en (zeer waarschijnlijk) in de parochiekerk van Elversele begraven.

De Kring beschikt over oude gebruiksvoorwerpen, landbouwalaam, sierobjecten en archivalia, die occasioneel worden geëxposeerd. Het museum is ondergebracht in een bijgebouw van Huis De Fortune, Dorpstraat 56, Elversele. Het lokaal is ingericht als oude herberg (DeSwaene), maar er vinden occasioneel wisseltentoonstellingen plaats (zie Musea, ateliers en tentoonstellingsruimten en Huis De Fortune).

Contactadres: secretariaat Heemkundige Kring Braem, Luc Peleman, Schuttershof 2, 9140 Elversele, tel. 052 46 39 99

 

Wegom, bedevaart ter ere van de H. Amelberga, patrones van Temse
Inhoudstafel

 

De wegom, een voetbedevaart van ca. 23 km langsheen de grenzen van de vroegere parochie Temse (met 9 kapelletjes: 8 ter ere van de H. Amelberga, 1 ter ere van O.L.Vrouw van Zeven Weeën), wordt al eeuwenlang gegaan ter ere van de H. Amelberga, patrones van Temse.

Volgens de legende stak de H. Amelberga ter hoogte van Temse de Schelde over op de rug van een steur om te ontkomen aan Karel Martel, die haar wilde huwen. Zij overleed te Temse op 10/7/772 en werd begraven in de kerk, die zij volgens de overlevering heeft opgedragen aan O.L.Vrouw. Vandaar dat de centrumparochie de O.L.Vrouwparochie noemt. De H. Amelberga is de beschermheilige of patrones van de gemeente.

De wegom is Temses oudste traditie. Zijn wortels gaan wellicht terug tot de 11de eeuw, toen het stoffelijke overschot van de H. Amelberga werd overgebracht van Temse naar de Sint-Pietersabdij van Gent. Het eerste onaanvechtbaar bewijs van zijn bestaan dateert uit 1323: toen werd geschreven dat de bedevaart sedert onheuglijke tijden plaatsvond.

De wegom groeide uit tot een druk bijgewoonde bedevaart, waaraan ook muzikanten, goochelaars en potsenmakers deelnamen. Men ging hem niet enkel te voet, maar ook te paard en met huifkar. Nog in de 19de eeuw was hij met zijn verscheidene duizenden deelnemers (onder wie ook buitenlanders) één der belangrijkste bedevaarten in Vlaanderen. Zoals zovele aloude (religieuze) gebruiken onderging hij na Wereldoorlog II de gevolgen van de ingrijpende maatschappelijke verschuivingen (materialisme en individualisme). Van 1960 af werden voor het eerst geen honderd deelnemers genoteerd op de derde Sinksendag; het gemiddeld aantal bedevaarders op die dag (inmiddels tweede dag na Sinksen) bedraagt momenteel ca. 60. Het recordcijfer na Wereldoorlog II situeert zich in 1956: naar aanleiding van de opstand in Hongarije namen toen 800 bedevaarders deel.

Tweede Sinksendag is momenteel nog de enige dag, waarop de relikwieën van de H.Amelberga worden meegedragen.

De wegom vindt driemaal per jaar plaats: op zaterdagnamiddag (12 uur) vóór Pinksteren en maandagochtend (voor 1990: dinsdagochtend) (4.30 uur) na Pinksteren en op de zaterdagnamiddag (12 uur) voor de laatste zondag van september, steeds met als vertrekpunt het marktplein.

De organisatie berust bij de plaatselijke H. Amelbergagilde, die in 1861 werd (her)opgericht, maar waarvan de wortels teruggaan tot de 10de eeuw (de gilde bestond doorheen de eeuwen onder verschillende benamingen en werd dikwijls na een periode van verval heropgericht; reeds in de 10de eeuw is er in Temse sprake van een Vrije Compagnie van de Heilige Amelberga). Voor de beschrijving van de 9 wegomkapelletjes: zie Kapellen.

 

Paardenommegang en -zegening, Tielrode
Inhoudstafel

 

De Paardenommegang en -zegening vormen Tielrodes' markantste traditie. Zij worden georganiseerd door de Confrerie van Sint-Elooi, die gesticht werd rond 1724, en de Landelijke Rijvereniging Sint-Elooi uit Tielrode.

Het ontstaan van de ommegang is niet bekend, maar zeer waarschijnlijk betreft het een eeuwenoude traditie.

De Paardenommegang en -zegening vinden plaats op de eerste zondag van juli. Vertrek om 9 uur aan de kapel van Sint-Elooi (Antwerpse Steenweg). Na een rondgang door het dorp vindt om 10.30 uur een openlucht-eucharistieviering met paardenzegening plaats aan de Sint-Jozefkapel (Sint-Jozefstraat).

Ter gelegenheid van deze jaarlijkse zegening worden papieren vaantjes gedrukt, zodat de ruiters hun paarden kunnen kronen. Deze vaantjes bevatten volgende tekst:

Sint-Eloy die gediend wordt tot Thielrode.

Naar Thielrode wilt u met uw peerden spoeden,

Aanroept daar Sint-Eloy en God zal u behoeden.

 

Dijktraject Tielrode-Elversele langsheen de Durme
Inhoudstafel

 

De geasfalteerde dijken (met rustbanken) langsheen de Durme vormen een ideaal traject voor wandelaars, fietsers en joggers.