In de middeleeuwen was de spotnaam van de Temsenaar tuysscher, d.i. dobbelaar (of kaartspeler) voor grof geld. Hij wordt vermeld in het gedicht Langen Adieu (1561) van Eduwaert de Dene. Middeleeuwse reglementen die o.m. het tuysschen in en rond het kerkportaal verboden, staven de gehechtheid van de Temsenaar aan het dobbelen voor geld. De bijnaam geraakte geleidelijk in onbruik. Rond de 18de eeuw ontstond de huidige spotnaam van de Temsenaar: azijnzeker. De naam vindt zijn oorsprong in de toenmalige oprichting van meerdere azijnbrouwerijen (o.a. op den Hogen Hof) en houdt mogelijk tegelijk verband met het dialectwoord azijnze(i)ker of -pisser, dat zuurpruim betekent.
Temse vereeuwigde zijn spotnamen in het monument De tuysscher en de azijnzeker van Valeer Peirsman (1997, Wilfordkaai). Het meest populaire toeristische souvenir van Temse is de kaailoper-azijnzeker, een keramisch beeldje gebaseerd op den Bruine (Alfons Gosselin), de meest legendarische van alle kaailopers (zie verder onder Wilfordkaai en Beeldengroep De kaailopers) en op de spotnaam azijnzeker..
Steendorpenaren worden mosterdpotten genoemd (naar de vorm van de toren van de Sint-Jan-Evangelistkerk), Elverselenaars blarerijvers. De Tielrodenaars hebben geen spotnaam.
|